Polletje.
  • Gertjan met:

    • Bril (67%, 4 Votes)

    • Lenzen (33%, 2 Votes)

    Total Voters: 6

    Loading ... Loading ...

Berichten getagged met “ltc”.


Menig bloglezer van mij zal hopelijk gedacht hebben: he die Gertjan Janssen die heeft ook al een tijd niets meer van zich laten horen. Dit is niets voor hem. Dat ik al bijna twee weken niet geblogd (he bah) heb ik een feit. Reden is echter niet te zoeken in het feit dat ik last heb van een writersblock. Reden is ook niet te zoeken in het feit dat ik niets mee maak. Reden voor het afwezig zijn is het veelvuldig aanwezig zijn van schoolse activiteiten. In de afgelopen twee weken zijn er meer dan gemiddeld dagen geweest dat ik meer dan 6000 woorden op een dag schreef. Woorden die iets betekenden woorden die mijn gevoelens, mijn gedachten en mijn doen over bepaalde schoolgerelateerde onderwerpen beschreven.

Maar nu zijn er momenten die je domweg niet kunt ontwijken. Er zijn momenten in je leven die je niet onblogbaar kunnen blijven. Wie mij een beetje kent weet dat ik vrijwel nooit motorsport volg. Echter is er een weekend in Nederland in de plaats Assen die eigenlijk niemand mag overslaan. Nederland telt maar een grootste eendaags evenement en dat is het evenement dat TT Assen heet. Door mijn eigen roosterfout zou ik de TT, dat dit jaar voor de 80ste keer verreden zou worden, missen. Gelukkig werd ik donderdagmiddag terwijl ik op het terras in Assen mijn eerste biertjes dronk gebeld met het verlossende woord dat ik zaterdag vrij had. Een feest kon beginnen. Kort opgesomt kende het feest van dit jaar: twee vrijwilligersdiensten op TT camping Noord, ontelbaar veel biertjes tapen & drinken, Weinig tot geen slaap, en motorraces kijken.

Donderdagavond had ik dienst met Dommel. Als een goed geoliede machine werkten Dommel en ik in een team van vrijwilligers die er voor zorgde dat niemand te kort kwam. Toen de meeste mensen dronken waren en Nederland had gewonnen sloten wij af. Met een paar Cola Berenburg gingen we naar de stad om daar de laatste sfeer te proeven. Om half drie aangekomen in de stad was het al vrij rustig en besloten we vrijdagavond maar iets eerder heen te gaan. Om half vijf, 22 uur uur later dan ik was opgestaan viel ik voor dat ik de wekker kon zetten in slaap.

Vrijdagochtend elf uur ging mijn wekker, althans dat dacht ik. Ik had met Dommel afgesproken dat hij om elf uur bij mij was en dat we dan naar de camping gingen omdat onze tweede dienst om twaalf uur begon. Hij belde me wakker. We kwamen overeen dat ik tussen vijf en tien minuten gedoucht en wel zou beneden zijn. Het lukte want met acht minuten was ik beneden. Onderweg naar de camping kochten we kaarten voor de wedstrijd. Eerder zouden we niet meer thuiskomen. Na onze dienst gaven wij ons over aan het bier drinken, toen de tafel, waarop Dommel met verve danste, sneuvelde besloten we dat het tijd was om de stad in te gaan. Met een paar bvo’tjes (bier voor onderweg) in de handen stapten we op de fiets. Niet veel later kwamen we in de stad aan en dronken links en rechts biertjes. Ik leerde Jolanda kennen en sprak voor het eerst sinds zeven jaar weer met een mevrouw die toen plots geen contact meer wilde. Het was een bizarre avond die afsloot bij de Pimpelaer. Eerder dan vorig jaar stonden we dit keer om zes uur weer op de camping. Tijd voor een ontbijtje. Maar voordat het zover was had ik bijna ruzie met een man omdat ik zei dat de eierenbakkers wel bezig zouden zijn met het tweede treetje eieren omdat ik zo’n honger had. Vervolgens hoorde ik van de beveiliging dat ze mijn kop wel wilde kapot slaan. Blijkbaar hadden ze me verkeerd verstaan.

Toen we richting de baan dingen kreeg ik van de beheerder nog twee flessen water mee. Omdat het beloofde een warme dag te worden leek het me handig om ook water mee te nemen. Dat zou als enige wel goedgekeurd worden. Zo gezegd zo gedaan. Dat binnen enkele uren de drie liter water op waren had meer te maken met de nadorst dan met de sterke zon. Want het was toen nog geen tien uur. Tijdens de eerste race zocht ik mede LTC’ers op waarna ook Dommel koen en Sanne volgde. Mariëlle was jammerlijk genoeg al naar huis gegaan omdat ze last kreeg van zonnesteek. Omdat zij het warm hadden besloten ze veel vocht te drinken en omdat bier voor 70% uit water bestaat en dit ook tevens het goedkoopste drankje was van de TT dronk ik gezellig mee.

Natuurlijk werd er ook die middag geraced. Eerst de 125cc daarna de nieuwe 250cc en tenslotte de MotoGP. Echter wie er de races heeft gewonnen weet ik niet. wat ik wel weet is dat het weer een legendarisch feest is geweest en dat ik iedereen kan aanraden zelf een keer een TT mee te maken. Doe eens gek, want een logeeradres heb je blijkbaar niet nodig voora ls je buiten Assen vandaan komt. Eens te meer hebben Dommel en de zijnen waaronder ik bewezen dat het zonder slaap prima lukt. Nadat de laatste race was afgelopen ben ik naar huis gegaan. Ik was helemaal gesloopt en Jolanda wilde mij wel naar huis brengen met de auto. Dat leek mij beter dan met een trein. Dus rond een uur of half 7 was ik heerlijk thuis om uit te braken.

Volgend jaar ga ik zeker weer heen. Want met die gasten van LTC is het altijd een feest!

Toen ik vorige week ineens gevraagd werd of ik zin had in een potje voetbal schrok ik even. Huh? Ik voetballen? Kan ik dat nog überhaupt. Kort daarna besloot ik te proberen om later op de bardienst van LTC te kunnen komen, het mocht ik zou me rond zes uur ongeveer melden.

Ik lichtte het, bij elkaar gezocht elftal, in en ging woensdag naar mijn ouders om te eten en mijn voetbalschoenen mee te nemen. Schoenen die ik ruim vier jaar niet had gedragen, die onder het stof lagen te wachten tot de container. Echter ik redde ze van een langzame pijnlijke dood en gaf ze een tweede leven. Met dat ik het stof eraf blies, blies ik nieuw leven in de schoen. Thuisgekomen in Groningen gaf ik ze nog een beurt met vet en ze schitterde als nooit te voren. Als nieuw probeerde ik ze aan. Want ik dacht; dat is ook niet onbelangrijk. Ze paste als het glazen muiltje de voet van assepoester paste. Ooit uit een gegaan nu weer samengekomen. In de kast vond ik onderin nog mijn luxe scheenbeschermers en sokophouders. Ik was er klaar voor.

Twee dagen volgende in spanning, Vrijdag kocht ik sportdrankjes want die dacht ik wel nodig te hebben. Zaterdag werd ik vroeg wakker, met gezonde spanning in de benen stapte ik mijn bed uit. De avond ervoor nog even wezen moed in drinken met Jos resulteerde in een korte nacht maar ik was er klaar voor. Groen als Gras van All stars schalde op de zaterdagochtend door de speakers. Ik zong hard:

Zaterdag was de mooiste dag van de week
En je wist het als je naar je vriendjes keek:
Hier staat het nieuwe Oranje
En de trainer riep: pressie met vijf man voorin
Maar in het pressie van Cruijff had zelfs de keeper wel zin
Dus het werd gewoon weer op een kluitje
Met de bal ertussen in

Ik sloot af met We’re gonna win van Bryan Adams, ik was er klaar voor. Met tas ouderwets op het stuur zou ik die kant op gaan. Makkelijker was de optie om mijn tassen met mijn huisgenoot mee te geven. Zo geschiedde dat ik niet veel later op sportpark Gronitas aankwam. Na ook een nacht vol smoesjes verzinnen was ik er klaar voor. Ik had vier jaar niet meer achter de bal aangerent, ik zou dus dood zijn, zuurstoftank was zogenaamd al mee en 112 stond onder sneltoets nummer 1. Mentaal er klaar voor, fysiek in nog geen jaren.

Dan de kleding, ik wist nog dat het belangrijk was om als eerste een broekje, shirt en sokken te pakken, voor je het wist was het op en stond je in je boxershort in te trappen. De grappen gingen rustig door en ik vertelde dat ik op de brommer was en de helm onder me shirt hield. Mijn buik was duidelijk die van het minst sportende persoon in de kleedruimte. Het logo was anders dan de afgelopen jaren, Geen LTC maar VEV67. Wennen, maar totaal geen gevoel bij het andere shirt. LTC is in mijn hart, daar kon een shirt met geel logo niets aan doen. Voetballen met vrienden, zo zag ik het.

De eerste wedstrijd had ik zonder nog maar iets van mezelf te laten zien gelijk een basispositie opgeëist. Mijn positie was Links half de plek waar je je het meest dood rent zonder dat je rendement haalt en zeker niet met een conditie als mij (als je al over conditie kunt spreken). De eerste minuten kreeg ik gelijk de bal, althans dat was de bedoeling, met een zondagspass, die wel haalbaar zou zijn voor een speler als Robben of Elia, werd door Henk mijn flank op gespeeld. Ik reageerde door te schreeuwen, “Heeennnkk Jeeeuuummig” en zette de achtervolging in. Met dat ik dichterbij de bal kwam, kwam de bal net zo hard dichterbij de zijlijn. Ik redde de bal net niet. Iedereen lachte en ik was buitenadem.

Ik zou gewisseld worden na 10 minuten, maar omdat onze ‘leider’ besloot eerst een ander te wisselen stond ik na 15 minuten nog in het veld. Nat van het zweet, snakkend naar adem en water. Twee dagen in de woestijn zonder water is er niets bij voor mijn gevoel. Ik mocht eruit, trok me shirt uit; dronk en ging zitten, mijn hartslag die ruim op 180 bpm zat klonk slechter dan een gemiddelde hardcore plaat.

Wedstrijd twee volgde, gevraagd werd of ik aan de kant wilde beginnen, ik reageerde door te zeggen, mag dat? Het mocht en ik had nog even rust. Het duurde niet lang of ik stond weer in het veld of ik wel op tien wilde spelen, achter de spitsen. Ik wilde wel maar bakte er niets van. Binnen no-time stond ik daarom rechtsmid wat me beter af ging. Ik kreeg nog een paar diepe passes die ik net niet haalde, kwam bij tijdens het wandelen en ging eigenlijk telkens beter. Ik had zelfs een aantal schoten op goal. Ik was nu echt dood. Ik had de tweede wedstrijd bijna helemaal gespeeld en de derde ook. Een wedstrijd duurde 20 minuten en die minuten die ik gespeeld had zorgden ervoor dat mijn lichaam niet meer kon. Mijn lichaam stopte maar door mentale kracht en het samen spelen met vrienden was ik zo dom om door te gaan. Ik vond het fantastisch en genoot. Maar na deze derde wedstrijd was ik er echt klaar mee.

Maar helaas raakten andere spelers zoals Henk en Christiaan geblesseerd en mocht ik alsnog aantreden voor de laatste wedstrijd, een wedstrijd om de derde en vierde plek. We hadden immers een wedstrijd gewonnen en twee gelijk gespeeld. Deze heren waren van een ander kaliber ze speelden goed en beter dan onze vorige tegenstanders. Ik vroeg de voetballer waartegenover ik stond of hij wel niet zoveel wilde bewegen. Ik was namelijk nog dood. Had liters vocht verloren en had last van mijn opgezette voeten gekregen. Toch bleef daar de drive om een stapje extra te doen waar ik het nog kom. Persoonlijke duels won ik wel. In de wedstrijden had ik een aanvaring gehad met een speler in de zestien, hij wilde niet aan de kant en ik ging zeker niet aan de kant. Hij viel ik ook maar hij moest wel even bijkomen worden, iets met duizeligheid. Een andere spelers had ik een duel mee en hij kreeg dankzij mij vliegles, iets met een schouderduw. Maar de rencapaciteiten waren er bij mij allang af en gingen ook verloren bij andere spelers. Frank was als enige die glorieerde in delaatste wedstrijd. Wij kwamen niet tot scoren, hun wel.

Gesloopt strompelde ik naar de kleedkamer, een douche wachtte en een bardienst in Assen. Hoewel het enorm vermoeiend was en zeker niet slim was om na jaren zonder voetballen ineens zo diep te gaan was het een fantastische ervaring en enorm gaaf om te doen. Ik wil weer voetballen!

Zondag was de spierpijn niet van de poes of kater, elke beweging werd door het lichaam gevoelt. Zelfs zingen in de kerk deed zeer aan mijn buikspieren, gelukkig waren daar meelevende smsjes van Frank, Gerben en Hendrik, Henk liet ook nog van zich horen. Gelukkig was ik niet de enige die pijntjes had.

Een dagverslag als supporter.
Nog nooit was het nog zo spannend als op de slotdag van het seizoen 2009-2010. Voor de aftrap van de belangrijkste wedstrijd van het seizoen konden theoretisch gezien nog vier clubs kampioen worden. LTC had als enige voetbalclub alles nog in eigen hand. LTC stond bovenaan met een punt voor op concurrent Omlandia uit ten Boer. Er moest gewonnen worden.

Vrijdagavond na een aantal biertjes en bitterballen ging ik naar bed. Ik was al in Assen, want vanwege de spanning voelde ik er niets voor om nog een nacht in Groningen te blijven. Ik droomde dat LTC verloor, het werd 2-0 voor onze tegenstander SJS. De eerste wedstrijd werd onbeslist gesloten de stand was toen 0-0. Daarnaast droomde ik dat LTC niet onder druk kon voetballen, want zo was het al jarenlang gegaan. Vorig jaar gingen wij ten onder toen we voor de derde periode konden voetballen tegen waterpoortse boys. We verloren en verloren veel.

De supportersbus vertrok om half twee. Ik was echter al twee uur daarvoor bij LTC, want thuis kon ik nergens met mijn spanning heen. Mijn ouders waren inmiddels op vakantie en ik was maar alleen. Bij LTC ontbijtte ik met Mattijn, maakte grappen naar spelers van het eerste elftal en zag de spanning bij broer Bennie meer parten speelde dan bij mij. Hij kon de spanning al helemaal niet aan.

Om wat stoom af te blazen namen Mattijn en ik om één uur ons eerste biertje, de tap ging los en de eerste kregen we van de club. Een tweede volgde en we mochten weg met de bus. Van spanning was in de bus bij andere supporters niet veel te merken. Aangekomen bij SJS mochten we eerst nog een marathon lopen voordat we konden betalen om het terrein op te komen. Nadat we vlak voor de wedstrijd nog een drankje namen besloten we de eerste helft niet te drinken. Dat lukte! Wat niet lukte was scoren. De spanning was om te snijden, maar toen we de tussenstanden hoorden van de andere velden sprong mijn hart een klein gaatje in de lucht. We stonden nog virtueel boven aan.

In de tweede helft mochten we van onszelf wel sapjes nuttigen en belanden op het terras. Via mijn hotline met de velden van Omlandia kreeg ik te horen dat Omlandia had gescoord. Nu moesten we scoren om kampioen te worden. Ik speelde de informatie via broer Jacob door aan de bank van LTC en ik zag direct dat Bennie nog meer gespannen werd als eerst. Nu kon hij helemaal niet meer stil zitten.

Toen het geloof bij mij langzaam wegzakte hoefden er nog maar vijftien minuten gespeeld te worden. Maar juist op het moment dat het geloof wegzakte werd er gescoord door LTC. Ik was door het dolle heen. Na vijf minuten schreeuwen belde ik mijn pa en LTC om de goal door te geven. Ik gaf via mijn hotline door aan Omlandia dat we gescoord hadden en kreeg de vraag terug of SJS wel wilde scoren. De stand bleef en LTC was kampioen!

Toen het laatste fluitsignaal had geklonken renden we als een malle het veld op. Dit moest gevierd worden. Dit werd uitbundig gevierd met geschreeuw, lawaai en veel bier. Op de terugreis naar LTC werd er nog een biertje gedronken in de bus. De sfeer was ten opzichte van de heen reis heel wat beter. Toen we haast gelijk aankwamen bij LTC sprintte ik voor het eerste elftal uit om een aantal kampioensnummers klaar te zetten op de computer van de kantine. Ze kwamen binnen en vanuit de boxen van LTC klonk het harde “we are the champions” van queen. Gevolgd door “Campione” van E-type wat het lied was van het euro 2000.

Op een gegeven moment hoorden we dat het eerste weg ging voor een toer door assen. Het was begonnen met regenen maar toch gingen ze in de openbus door Assen heen. Ik hoorde dat Mattijn ook naar de bus was dus ik ging er achteraan. Bennie die in de bus stond zei dat ik net als Mattijn mee moest. Nadat ik even tegen strubbelde zag ik Mattijn staan en klom ook de bus in. Een schaap was over de dam en ik volgde. Onderweg hadden we ons als maniakken gedragen, denk ik. Ik heb filmpjes teruggezien op Hyves. Veel lawaai en geschreeuw en veel berenburg cola zijn te zien. De buschauffeur wist zichzelf ook als maniak te gedragen want met een behoorlijke gang gingen we door de straten via het koopmansplein (waar niemand stond) naar de witterbrug waar we gingen eten. Daar waren Mattijn en ik ineens twee gasten te veel, maar toch konden we mee eten in de spareribs. Waar ik weer verwachte dat het eten er niet van zou komen stond er ineens een bord voor me en ging ik los.

Op de terug weg naar LTC werden we bij LTC opgewacht door vele LTC’ers. Het feest zette zich door in de kantine van LTC waar gratis gedronken mocht worden tot een uur of tien. Dat deden we met veel plezier en we feesten er met z’n allen behoorlijk op los. Eerlijk gezegd weet ik hier niet heel veel meer van.
Mattijn ging weg op verjaardag en ik bleef alleen achter. Gezellig was het zeker tot we op een gegeven moment met een grote groep LTC besloten naar de stad te gaan. We zouden ons feest doorzetten in de zusjes de boer. Maar omdat er een groot aantal spelers geen spijkerbroek maar nog altijd een trainingsbroek droegen mochten we niet naar binnen. Een enige smet op de avond was dat. Vooral omdat veel van deze LTC’ers behoren tot de stamgasten van de kroeg.

Echter lieten wij ons niet uit het veld slaan en gingen naar de Cheers. Daar dronken we er nog lustig op los tot ik op een gegeven moment Bennie zag staan met een biertje in zijn hand waarvan hij zichtbaar een kwartier niet gedronken had. Ik besloot dat het goed was geweest, liep naar hem toe, pakte het biertje, zette het op de bar en zei: “We gaan eten en dan naar huis.” Zonder aarzelen ging hij mee. We aten en gingen naar huis. Met nog altijd een soort ongeloof dat we echt kampioen waren geworden.